Job

landhuis Job

De laatste tijd als ik de bijbel pak, valt mijn oog nogal eens op het boek Job. Job had een fantastisch leven, een mooi gezin, gezondheid, veel rijkdom, veel bezit, luxe en alles. Hij woonde, zeg maar, aan de goudkust en had het helemaal gemaakt in deze wereld.

Op een kwade dag komt zijn hele gezin om, zijn bedrijf gaat failliet, huis in de fik, er volgt ziekte en tegenslag, zo gek als je het kunt bedenken en Job ziet het helemaal niet meer zitten. Hij wordt depressief en moppert en klaagt. Ik wou dat ik nooit geboren was, ik had moeten sterven bij mijn geboorte.

Job stelt God de vraag: Waarom?  Waarom is al die ellende er in de wereld? Waarom laat God mij leven, terwijl ik de zin van het leven niet zie? ik heb alleen nog maar tranen, ik heb geen vrede en rust meer. Alles waar ik bang voor was is gebeurd.

 

Dan komen zijn vrienden bij hem op bezoek en gaan met hem in gesprek. Job jonge, wat is dit nu? Niet boos worden als ik dit tegen je zeg, maar eh….

Toen andere mensen het moeilijk hadden, toen heb jij ze geholpen. Je gaf ze goede raad, je gaf ze weer moed. Als het slecht ging met anderen, dan hielpen jouw woorden hen. Jij gaf hun nieuwe kracht.

Maar nu het met jouzelf niet goed gaat, nu verlies je de moed. Nu jou een ramp is overkomen, nu heb je geen hoop meer. Maar je hoeft niet bang te zijn, je kunt op God vertrouwen! Want je hebt altijd eerbied voor God gehad, je hebt altijd goed geleefd.

God doodt geen onschuldige mensen, hij laat eerlijke mensen niet zomaar verdwijnen. Dat weet je toch, Job!

Als ik jou was, Job, zou ik God om hulp vragen. Want God doet bijzondere dingen, dingen die mensen niet begrijpen. Hij doet wonderen, ontelbaar veel.

Deze stukjes uit Job hoofdstuk 3, 4,en 5 zijn uit het leven gegrepen!

Vroeger ging ik ook somberen en dacht ik: Wie ben ik nu helemaal? Wat voor toegevoegde waarde heb ik nu helemaal in deze wereld? Ik had er net zo goed niet kunnen zijn. Plezier had ik niet in het leven.

Soms kunnen deze gedachten nog rondspoken. Want raak je je baan kwijt en daarmee ook je collega’s uit het zicht, weg sociale contacten, dan is dat best balen.  Soms heb je gewoon tegenslag en gaat het leven niet zoals je graag wilde. Nu weer een blessure die blijvend lijkt te zijn en ziekte in de familie  of een overlijden en dan denk ik ook wel eens, man man, wat een tranendal hier.

Maar die vriend van Job had wijze woorden! Kom op Job! Kom op Ellie! Verlies de moed niet. Je hoeft niet bang te zijn, je kunt op God vertrouwen!

Hou vol! Soms is het moeilijk. En er is veel meer leed in de wereld dan mijn baanverlies of blessure, maar God is dezelfde. Hij was er al voordat de wereld ontstond en Hij zal er altijd zijn. Snap ik daar wat van? Nee echt niet! Toch geloof ik dit. Want God is trouw. Hij troost en bemoedigd mij. Kom op Ellie! Richt je op Mij!

Als ik mij op God richt, ga ik bidden, lezen en muziek draaien. Want ik hou van Opwekking 🙂 En dit fleurt mij weer op. Voor jou is dit misschien weer wat anders, maar zoek iets wat bij je past.

Want ik weet, dat God een plan heeft met deze wereld. Ik richt mij op God, op Jezus! De Heer geeft mij geluk en vrede.  Jezus is voor mij aan het kruis geweest. Hij is mijn Redder. Omdat ik dat geloof, heb ik vrede. Is het nu niet goed en gaat het niet naar wens, ik heb uitzicht op een eeuwige heerlijkheid. Waar ik bij God woon en waar geen tranen en verdriet meer zullen zijn.

Zit ik nu te somberen, heb ik zorgen dan richt ik mij op God. Ik prijs Hem om wie Hij is, wat hij heeft gedaan voor mij. Dan valt de somberheid van mij af, er blijven dingen die niet lekker lopen, maar ik ga het in perspectief zien. In de eeuwigheid zal ik gezond zijn, er heerst liefde en trouw voor eeuwig! Geen pijn, verdriet, ziekte en ellende meer. Kom op, Hou vol!

Zo simpel is het? Ja klopt. Maar ook zo moeilijk is het. Vertrouwen op God die je niet ziet, maar wel in gelooft. Je pijn en je verdriet los laten en je richten op God is echt niet zo gemakkelijk! Maar het geeft mij vrede. Vrede die alle verstand te boven gaat. Vrede die rust geeft midden in de storm die er soms woedt.

Tegeltjeswijsheid

IMG-20170705-WA0001[1]

Je maakt wat mee met klussers. Sommige huur je in, je spreekt af wat de bedoeling is. Tijdens de klus lopen ze tegen iets onverwachts aan, ze vragen aan ons hoe we het zouden willen hebben, we overleggen en daarna gaan ze weer verder.

Andere klussers werken gewoon door, wij hebben zo onze eigen drukte en dan na afloop denk je: Oh nee, dit is toch niet helemaal zo geworden zoals wij dat in gedachten hadden. Je hebt zelf genoeg te doen en daarom huur je iemand in, maar soms word er meer geklutst dan geklust en blijkt de deskundige toch iets minder deskundig te zijn dan waar hij zich in eerste instantie voor uitgaf.

En dan heb je ook nog de overtreffende trap. En deze hadden wij in onze bijkeuken aan het tegelen…

De bijkeuken van ons lag er al een jaar afgeschraapt en verloren bij. De tegels waren vorig jaar al van de muren en vloer gebikt en er lag een stukje noodvloerbedekking, zodat het toch enigszins bewoonbaar was. Zo langzamerhand waren we wel wat zat van het geheel, maar hoe pak je dat aan? We huurden iemand in om de leidingen om te leggen, de muren mooi glad te strijken zodat het tegel klaar zou zijn en we waren klaar voor de afwerkfase. Het tegelwerk.

Tja, wie laat je dat doen? Niet te duur natuurlijk, maar wel iemand die kan tegelen en zo zette ik een oproep of Facebook of er ook een tegelzetter was die dit klusje wilde klaren. En ja, daar was iemand die reageerde. Ervaring met grote projecten en zzp-er.

Op een zaterdag zou hij langs komen en kijk eens aan, hij had ongevraagd nog maar een hulp meegenomen. Vele handen maken licht werk. Vol energie wilden ze beginnen want de één had al een blikje Energy in de hand toen ze de bus uitstapten. Eerst maar koffie dacht ik zo, maar nee, de ander had liever een glas cola. Oké, het is nog vroeg. Maar hey, ieder zijn ding dacht ik, als ze de boel maar betegelen.

We lieten even zien waar het om ging. Dit op de muur, dat op de vloer, stripjes erbij enzovoort. De mannen pakten hun materiaal uit de bus en gingen voortvarend aan de slag. Wel in de garage staan flexen terwijl dat ook buiten kan, maar hey, ze zijn aan de slag.

De eerste stripjes werden geplakt en niet even mooi in verstek gezaagd maar hoppa, plak er in. Jan zei er nog wat van, maar kreeg meteen de opmerking terug: Nou ik ben toch nog niet klaar!! Oke, uit de buurt blijven dus.

Inmiddels kwamen ze er achter, dat we te weinig hoek strips gekocht hadden en ik werd richting de bouwmarkt gestuurd. Bij terugkomst eerst maar een bakje koffie of cola voor de liefhebber en ik keek even vluchtig in de bijkeuken hoe het er uit kwam te zien. Mij viel nog niet meteen wat op, maar Jan mopperde al tegen mij dat het slordige werkers waren. Later op de dag werd ik nog twee maal naar de bouwmarkt gestuurd voor wat extra tegels, lijm enzovoort en zo vorderde de dag. ik was druk met van alles en lette niet op het werk van de mannen. Nu vind ik het ook vervelend om iemand steeds op de vingers te kijken, maar achteraf gezien was dit toch beter geweest. Jan had inmiddels stoom uit zijn oren vanwege het werk van de mannen en dat stoom had ik het dan weer drukker mee. Ik dacht op een gegeven moment, als ze eerst maar naar huis zijn, dan hebben we het er wel even over en kijk ik dan wel hoe het geworden is.

Aan het eind van de middag vertrokken de mannen. Jan was er chagrijnig van en omdat alle deuren gebarricadeerd waren zodat we er niet op gingen lopen, dacht ik, ik zie morgen wel. Inmiddels waren we er al wel achter dat het gewoon super slecht betegeld was en ik had geen zin om mij daar die zondag aan te gaan ergeren dus ik dacht: Maandag. Maandag ga ik wel even rustig kijken hoe het er bij ligt.

Maandagochtend, de bijkeuken inspecteren. Er zat meer lijm óp dan onder de tegels was mijn idee, dus eerst maar eens googelen hoe je dat er af krijgt. Lampolie las ik. Dus de hele maandag aan het schoonmaken, resten lijm verwijderen en dan de lampolie nog weer verwijderen. En ik zag steeds meer uiterst knullige, slordige en gruwelijke afgekapte tegels, slordige brede en dan weer smalle voegen bij de randen van de muur, in de hoeken en rondom stopcontacten. Echt, dat had ik nog nooit gezien! Wat een prutswerk.

20170626_200555[1]

’s avonds samen maar eens de schade bekijken en dan zag je weer wat en zeiden we tegen elkaar: Moet je dat daar zien!! En dat! Nee, dat kan toch niet? Zo doe je dat toch niet? Wie plakt er nu een kapotte tegel half achter een leiding? Oooh en dat stopcontact!!!

20170626_200626_001[1]

Ik was er zeker 3 dagen ziek van. Wat was hier mis gegaan? Hoe hadden we het zelf zover laten komen? Waarom hadden we niet na 1 uur werken tegen de mannen gezegd dat we het anders wilden. Had Jan gedaan, maar die kreeg een snauw. Hoe kan het dat we daar niet anders op gereageerd hadden? We hadden toch kunnen overleggen en als ze geen beter werk konden leveren hadden we ze 50 euro kunnen geven en bedankt voor de moeite, maar dit wordt hem niet, kunnen zeggen. Het waren toch tegelzetters? Die moet je toch kunnen vertrouwen als ze zeggen dat dat hun werk is? Blijkbaar is niet  iedereen even goed in zijn vak, waar hij zich voor uitgeeft.

Echt, hoe heb ik over mijn grenzen laten lopen! Zij verknoeien mijn huis en ik laat het nog toe ook! Hoe kan het, dat ik die confrontatie niet aan durf? Vind ik het vervelend om streng te zijn en op mijn strepen te gaan staan, om te zeggen hoe ik het hebben wil en ook hoe niet?! Waarom vind ik dit zo lastig? Vind ik een confrontatie lastig en wil ik liever dat ze mij aardig vinden? Je hoeft iemand toch niet continu te controleren? Je moet toch kunnen vertrouwen? Blijkbaar niet.  Ik was echt zwaar teleurgesteld in die mannen maar vooral in mijzelf. Wat een onmacht, dat ik dat niet beter aan had gegeven. Nou, daar zat ik nu met de gebakken peren! Maar ze vinden me nog wel aardig. Al was dat toch niet het resultaat wat ik voor ogen had. Ik kon mezelf wel voor de kop slaan! Wat ben ik een sufferd dat ik dat niet duidelijker aangeef! Daar valt nog wel wat in te leren.

20170708_160009Daar staat ie dan…Een kruiwagen vol grenzen. 8 vierkante meter grenzen die ik niet aangegeven heb en waar ik achteraf dus nog veel meer werk van heb.

Tot op een zondagochtend ik richting de bijkeuken keek en ineens en ingeving kreeg. Weet je wat, we plakken er steigerhouten planken tegen aan! Wat eigenlijk een goed idee! Ook nog veel mooier. En we werden steeds enthousiaster. De muurtegels had ik er al uitgebikt, want dat was echt één grote ergernis maar nu zou het goed komen! Waarom hadden we dit niet meteen bedacht?!

Er wordt nog hard gewerkt maar het is bijna klaar. We hebben er heel wat van geleerd. Grenzen aangeven, zeggen wat je wilt, afspraken maken enzovoort. Uiteindelijk is het resultaat nog mooier dan wat het met de tegels zou zijn geworden.

20170722_161918[1]

Ik zie het maar als leerproces. Als je je grenzen niet goed aangeeft kan het leven ongewild een puinhoop worden. Best lastig om aan te geven. Maar ik zie mijzelf nu als een huis. Waar ik zelf op moet passen. Hoe wil ik het hebben in mijn huis en hoe niet? Laat ik anderen eerst 10 meter over mijn grenzen gaan en er een puinhoop van maken? Of geef ik duidelijk aan hoe ik het hebben wil en hoef ik achteraf niet puin te ruimen.

Met dank aan de klussers, weer heel wat geleerd dit jaar

eb en vloed

IMG_1940-1

Als ik bij het strand ben, raak ik gefascineerd door het spel van de golven. Soms trekt de zee langzaam terug en komt er steeds meer strand bij. Een paar uur later is het net andersom. De mensen die bij de waterlijn liggen moeten zo langzamerhand hun handdoek oppakken en verderop plaats nemen, voordat een flinke golf ineens toch verder komt dan alle vorige golven.

De zee is ook altijd weer anders. Soms is hij kalm en is er bijna geen branding. Een andere keer is er storm en is het woest op zee. De golven slaan met grote kracht tegen de rotsen. De spetters slaan alle kanten op en ik wacht tot er nóg een grotere, dikkere golf aankomt die nóg meer spetters in het rond gooit. Wat een kracht zit er toch in de golven.

Het blijft een mooi gezicht die zee.

Laatst vroeg ik aan de Heer: Onze kinderen, onze familie, onze vrienden, U weet wel… Zij kennen U niet, zijn er niet mee opgegroeid of willen U niet meer kennen. Ze zijn op het hele kerkzaakje met zijn regels afgeknapt, de catechisatie waar je geen moeilijke vragen moest stellen want lesje 23 was gewoon aan de beurt, de vragen over schepping of evolutie die werden afgedaan met dat is gewoon zo, of de mensen die niet deden zoals ze hadden verwacht en langzamerhand waren ze er helemaal klaar mee. Ze geloven niet dat U bestaat of hebben nog nooit van U gehoord. Ze kennen U niet zoals ik U ken. Hoe nu Vader? Het gaat mij aan het hart, maar ik kan het niet veranderen. Wat moet ik er mee? Wat kan ik er mee? Ik laat het los en wil vertrouwen op de heilige Geest. Die klopt aan de deur en blijft heus wel kloppen. Tegelijk gaat het mij aan het hart en kan ik het ook niet goed loslaten. Ik wil vertrouwen en zo wil ik het in Uw hand leggen.

Als ik zo aan het bidden ben, vraag ik God of Hij mij iets wil laten zien, tot mij wil spreken. Dit gebeurd soms door teksten uit de bijbel die ineens tot mij spreken terwijl ze mij anders niet opvielen. Of door een lied wat ineens mijn lijflied wordt voor een tijdje. En soms droom ik iets waardoor iets helemaal duidelijk wordt of krijg ik gedachten waarin ik het helemaal voor me zie.

Zo werd ik deze keer ook bemoedigd door God, Hij liet me enkele weken geleden een voorbeeld zien van eb en vloed, golven, strandpalen en de zee.

strandpaal 300x378 img_5333

Ik mag zijn als een strandpaal. Vast op het fundament en als een baken.

Degene waar ik mij druk om maak, liet God mij zien, zijn als de golven.  De zee trekt soms terug, bij God vandaan. Soms wel héél erg ver terug. Zover dat ik ga denken, dat is wel heel ver weg, komt die golf wel terug? Zoals bij een tsunami de zee heel ver terug kan trekken. En dan ineens, veroorzaakt door een aardbeving in iemands leven, komt er een grotere golf weer richting het strand, richting God. Zoveel groter dan wij verwacht hadden.

Of de golven langs de waterlijn bij eb en vloed. De zee komt op richting het strand en dan gaat de zee weer terug. Dicht bij God, dichterbij de strandpaal maar dan ook weer terug.

God liet mij zien. Maak jij je geen zorgen. Laat het los. Ik heb alles in de hand. ik heb de wereld gemaakt, de zon, maan en sterren. Alles geplaatst en ik heb de wereld tussen duim en wijsvinger. Denk je dat het Mij uit de hand loopt? God laat niet los wat zijn hand begonnen is.

Ik mag een strandpaal zijn, stevig op het fundament Jezus. Een baken. Laat anderen zien dat dat je fundament is en verder hoef je niets te doen, kun je niets doen. Heb elkaar lief. Zoals ik jullie heb liefgehad, zo moeten jullie elkaar liefhebben staat in Johannes 13:35

Wat is dan die liefde? Alleen voor de mensen die jou liggen en hetzelfde als jou denken en doen? In Korinthe 13 staat de liefde omschreven:

De liefde

Zonder liefde is alles zinloos

1 Als je geen liefde hebt voor anderen, zijn je woorden zinloos. Zelfs al laat de heilige Geest je alle talen van de wereld spreken, en ook nog de taal van de engelen.

2 Als je geen liefde hebt voor anderen, beteken je niets. Zelfs al laat God je zijn boodschap bekendmaken en krijg je van hem al zijn geheime kennis. En zelfs al heb je zo’n groot geloof dat je bergen kunt verplaatsen.

3 Als je geen liefde hebt voor anderen, dan is alles wat je doet, zinloos.

Als wij elkaar nu gewoon liefhebben, elkaar de ruimte en de vrijheid geven om als golven te gaan, dan hoeven wij ons niet druk te maken en te oordelen. God redt zich er heus wel mee. Iedereen heeft zijn eigen zoektocht in het leven.

Onkruid vergaat niet

onkruid - paardenbloem

onkruid - paardenbloem

Vandaag dan eindelijk de moed gevat om in de tuin te gaan werken. Of eigenlijk de oprit schoonmaken, want daar groeit het onkruid haast bij de ramen op. Als er iets is waar ik een hekel aan heb, is het wel in de tuin werken. Na een half uurtje denk ik meestal: Huh, wat verschrikkelijk dit! En schreeuwt het in mijn hoofd: Wanneer mag ik hier weg?! Ik ben er zat van!

Onkruid bestaat uit mooie bloempjes 

Vroeger voelde ik mij onkruid. Ongewenst. Niet geliefd. Opgegroeid met het gevoel dat niemand om mij gaf en dat ik dus ook niets waard was. Veel van wat ik deed werd als fout bestempeld en door al die straf en afkeuring voelde ik mij steeds waardelozer en waardelozer.

En zo groeide ik op en ging ik het leven in met een gedachte van onwaardigheid over mezelf 

Ik heb jarenlang deze gedachten over mijzelf gehad. In mijn hart was het vol met gevoelens van onwaardig zijn, er niet bij horen, er niet niet toe doen, ze hoeven me niet, ik ben niet in tel, anderen zijn mooier, weten het beter en nog veel meer zulke gedachtes spookten er rond.

Zie je wel ik ben onkruid

Waren er bijvoorbeeld 15 vrouwen die met zijn allen naar de Eva dag gingen, ze hadden een mailtje rond gedaan en ik had geen mail gehad. Meteen dacht ik, zie je wel. Ze hoeven me niet, ik hoor er niet bij enzovoort. Terwijl dat dwaze gedachten waren die in mijn hoofd spookten. Natuurlijk mocht ik gewoon mee, uiteraard word er wel eens iemand vergeten in een maillijstje en was er niets aan de hand. Maar ik voelde de afwijzing en voor mijzelf de bevestiging van mijn eigen gedachten over mezelf.

Toch was ik me niet echt bewust van de onderliggende minderwaardigheid bij mezelf en vooral overtuigd van mijn interpretatie van dit voorval.

Voor mezelf had ik een manier gevonden die mij hielp om erbij te horen. Ik overschreeuwde deze diepliggende onwaardige gevoelens door te zorgen dat ik van alles en nog wat voor anderen deed, zodat ze mij wel aardig móesten vinden.  Maak je gewoon wat onbetaalde overuren op het werk om alles wat af te krijgen, of je neemt wat werk mee naar huis, nou dan vinden ze je toch wel aardig? Als er gevraagd werd wie dit of dat wou doen en niemand zei wat, dan zei ik, ik doe ik wel. Er  ‘even’ bij doen. De clown uit hangen en wat populair en stoer doen werkte ook perfect. Alles  deed ik om er bij te horen. Langzaam maar zeker vervreemde ik steeds meer van mezelf.

Het leek een perfecte overlevingsstrategie. Waar ik bijna 40 jaar gebruik van gemaakt heb. Zo ben ik jaren over mijn eigen grenzen gegaan. Soms deed ik allerlei dingen waar ik niet echt tijd voor had, maar waar ik dan maar tijd voor maakte. Inleveren op mijn eigen tijd. Inleveren op dingen die ik voor mezelf gepland had, of schuiven en schuiven in mijn agenda zodat een ander voorging. Want ja, die anderen vragen toch iets en dan ga ik niet zeggen dat het mij eigenlijk niet past.

En na ruim 40 jaar zo geleefd te hebben dacht ik, wie ben ik zelf eigenlijk? Wat zou ik zelf graag willen doen? Wat vind ik zelf leuk? Wie ben ik eigenlijk? En dat heeft een hele zoektocht op geleverd.

Eerst mocht ik zicht krijgen op welk onrecht er was in mijn jeugd, waardoor deze gevoelens waren ontstaan. Voor mij was het gewoon mijn jeugd, want zo was het nu eenmaal. Maar nu kwam ik er achter dat ik daar wel gevolgen van had. Ik mocht ontdekken wat kinderen nodig hebben om op te groeien tot autonome volwassenen. Liefde en aandacht, geborgenheid, waardering voor wie je bent dat je er mag zijn, zoals je bent. Zodoende kwam ik tot de schrijnende ontdekking dat dat ontbrak in mijn jeugd. Wat een schril contrast met grote gevolgen. De pijn daarover en het verdriet om het onrecht moest ik dwars doorheen.

Niet om onrecht goed te praten, maar wel om verder te kijken begon ik in te zien dat ook mijn ouders gevormd waren door hun jeugd en omstandigheden. En met hun beste kunnen aan het opvoeden zijn geslagen. Dat dit niet lukte en dat er geen hulp ingeschakeld is, dat is hun verantwoordelijkheid. Wel heb ik meer begrip gekregen door mij te verdiepen in hun omstandigheden. En dat de bal nu bij mij ligt. Ik kan zelf een twist geven aan het onrecht door aan mijzelf te werken en het onrecht en de gevolgen daarvan te doorbreken.

Langzaam maar zeker mocht ik ontdekken dat ik het niet iedereen naar de zin kon maken. Dat zoiets ook helemaal niet hoeft. Niet iedereen hoeft mij aardig te vinden. Je kunt ook niet met iedereen bevriend zijn. Niet iedereen ligt mij  en dat is ok. We zijn verschillend. Met de een heb je vanzelf een klik en met de ander zal die klik er nooit komen. Dat geeft niet. Ik mag mezelf zijn en die ander mag ook zichzelf zijn. Wie dan bij wie het beste past als vrienden dat wijst zich vanzelf. Dat geeft veel ruimte en vrijheid.

En soms hebben deze gedachten toch weer vat op mij. Voel ik mij meer onkruid dan dat mooie bloempje zoals God mij geschapen heeft. Val ik weer in de valkuil en ga ik eindeloos over mijn eigen grenzen.  Dan vergeet ik weer dat God mij prachtig gemaakt heeft. En dat dat het belangrijkste is. Hij is blij met mij. Gewoon om wie ik ben, zijn geliefde kind. Iedere keer als ik weer naar deze waarheid terug ga, dit weer lees en over mezelf uitspreek dan valt het andere weer weg. Het blijft een kwestie van bij de goede bron blijven.

Want onkruid moet niet vergaan en wegkwijnen. Nee! Onkruid mag ontdekken hoe mooi ze is. Zichzelf op waarde gaan schatten. Door de ogen van God naar jezelf leren kijken

 

Onder de douche

douchekop
 Vanochtend stond ik onder de douche
          
En niet does zoals ik zelf eigenlijk altijd uitspreek. Meestal word ik hierover gecorrigeerd door zoonlief. douche zegt ie dan. Douche…che…che… Ehm , ik snap em. Volgens mij kon je vroeger nog gewoon wegkomen met does, maar nu niet meer hier. Net als lunch. Klinkt bij mij als luns blijkbaar. Oh nee, ik moet lunch zeggen. Lunch..ch!! Maar dat terzijde, ik stond dus onder de douche.
Ik was druk aan het nadenken over het ww-er zijn, baanloos, solliciteren, wat moet ik nu weer in mijn brief schrijven, wanneer vind ik dan eindelijk eens een baan, hoe lang gaat dit nog duren enzovoorts. Vorige keer duurde mijn werkloosheid 1 jaar en 4 mnd, wat dat betreft heb ik nog even, maar toch lokt dat me helemaal niet.
Hoe langer ik er over nadacht, hoe meer ik er eigenlijk van baalde.
Zoiets kan dus best in je hoofd spoken. Baanloos, solliciteren en het UWV in je nek te hijgen, hopen dat je wat leuks gaat vinden, of zal ik op iets geheel anders solliciteren wat mij ook wel leuk lijkt? Wat vind ik dan eigenlijk nog meer leuk? Hoe kom ik daar tussen met deze administratieve cv? Wanneer ben ik dan eindelijk eens weer aan de beurt in het arbeidsproces?
Het kan toch niet zo zijn dat heel Nederland tot zijn 67e moet werken en ik al vanaf mijn 49e thuis zit te koekeloeren?!
Al met al veel onzekerheden en dan moet je ‘gewoon’ vertrouwen houden, loslaten enzovoort. Altijd datzelfde riedeltje. Je kent het misschien wel en anders willen anderen je er wel even fijntjes op wijzen.  Maar zo voelt het niet altijd. Vanochtend onder de douche tenminste even niet. Toen dacht ik toch echt: Hoe dan? Wanneer dan?
Daarnaast is er dan ook nog de Muskathlon waar ik me voor opgegeven heb. De opgave was half juni en 3 weken later kreeg ik te horen dat ik zonder werk zou komen, hoe doe je dat dan financieel? En dan een blessure sinds juli, die ook nooit weer weg is gegaan…
Er zijn echt superveel dingen die ik echt niet snap. Er zijn ook heel veel dingen waar ik wel eens van baal en evenzo veel dingen waar ik mij over verbaas. Een planning maken heeft op zich niet eens zoveel zin, want het gaat toch anders. Nou ja, die planning kan dan wel, maar bijt je er niet in vast. Want het blijkt dat als het anders gaat, het toch ook goed komt.
Inderdaad heb ik sinds ik baanloos ben, alle tijd om acties te voeren voor de Muskathlon, inderdaad heb ik alle tijd om mijn boeken voor Koinonia te lezen en dat is super fijn!
Maar dat onzekere dat je geen baan hebt, blijft toch wel lastig.
 Heb je een baan dan ga je gewoon 3 dagen per week naar je werkplek, doe je met plezier je werk, tenminste ik had er wel plezier in en je weet wat er elke maand aan loon word bijgeschreven. Lekker overzichtelijk! Dat beviel mij prima. Ik ben niet zo van de structuur en regels maar deze structuur paste prima bij mij. En dan nu, alles staat op losse schroeven.
Ik denk er nog es even over na, Want daar zit je dan, met je gaven en talenten, op de hoek van de bank, alle tijd om na te denken immers.
Dan voel ik me toch ook net Petrus. Dappere strijder, durft van alles, stapt zo uit de boot en dan ineens bekruipt hem het gevoel van kan ik dit wel? En hij zakt in de golven. Soms zak ik ook wel eens in de golven. Dan denk ik, hoe komt het allemaal? En dan is even de rust en vrede weg. Lastig hoor. Gelukkig is er altijd weer Jezus zijn hand die me weer optilt en moed geeft om door te gaan.
In mijn twijfels, mijn verdriet,
In mijn falen ontbreekt U niet
in uw liefde reist U mee….
      
God van licht, wees mijn gids
U bent de rust, als het stormt op zee


 

Wat zeg je? De Muskathlon???

f6b38df0eeceba6fe7b413759e094e08-00069e7a

Wat is een Muskathlon?

Het is een ultieme uitdaging, die je aangaat op sportief gebied en daarnaast probeer je tegelijk 10.000 euro aan sponsorgeld in te zamelen voor het goede doel. Je bent dan ongeveer 1 week in het land, waar je goede doel projecten heeft. Je bemoedigd de mensen door naar ze om te zien, een sportdag voor en met hen te hebben, huisbezoeken om te zien hoe hun leefomstandigheden zijn en waar je het dus uiteindelijk voor doet. Zo mogen ze merken dat ze belangrijk zijn, dat wij er voor ze zijn. Je kunt ze hoop bieden in uitzichtloze situaties.

Hoe kom ik erbij om een Muskathlon te gaan doen?

Enkele jaren geleden deed Arjen, een oud-collega mee aan een Muskathlon en dat vond ik zo mooi! Een jaar later deed Tineke, zijn vrouw, ook mee en ik dacht, als zij dat kunnen ( halve of hele marathon lopen) dan zou ik dat toch ook moeten kunnen?  Zij waren geen hardlopers en ik ook niet, maar toch deden ze het.

Mijn verlangen was geboren…

Dus dacht ik toen, ik ga vast wat hardlopen in de sportschool, maar kwam er meteen achter, dat dat nog niet meeviel. Zonder enig rek- en strekwerk ging ik 3x per week aan het hardlopen en ja hoor, na twee maand voelde ik mijn heup/ hamstring /ischiasspier of zeg het maar wat het was. Het voelde in elk geval niet goed, zodat ik maar weer wat anders ben gaan doen in de sportschool . Het hardlopen heb ik toen eerst maar weer gelaten voor wat het was.

Het idee van een Muskathlon bleef wat spoken in mijn hoofd.

Ooit zou ik dat ook nog eens gaan doen, maar er waren zoveel redenen om het ook niet te gaan doen. Want  ik moest eerst mijzelf weer wat op de rit hebben, we hadden verhuisplannen, waar haal ik die 10.000 euro vandaan, ach zo’n Muskathlon is ook voor mensen die heel erg in de Heer zijn en ik ben niet zo’n holy holytype,  ik heb toch niet zo’n grote achterban dat lukt me nooit, ik was baanloos en had het druk met solliciteren, hardlopen is best zwaar en dan ook nog al die acties. Hoe ga ik dat doen? Zie je wel, allemaal redenen om het nu nog niet te doen, terwijl het verlangen er al wel was.

Hoe kom ik er dan bij om naar Indonesië te gaan?

Tja, ik had altijd in mijn hoofd om nog eens in Afrika te gaan kijken, het zelf te ervaren en te zien met eigen ogen.  De armoede in sloppenwijken, de uitzichtloze situaties, omdat ze er zelf niets aan kunnen doen, geen geld hebben om wat aan hun omstandigheden te  veranderen. Zelf hebben we ook een sponsorzoon in Tanzania en hij en zijn ouders zijn daar enorm mee geholpen. Ach, Afrika is voor ons zo bekend. De armoede, hongersnood, aids en ellende. Inmiddels zijn er al vele bekenden van mij naar Oeganda geweest met een Muskathlon, Oeganda was in de regio Drachten al wel onder de aandacht gebracht. Ik las op de site van de Muskathlon dat er in Indonesië ook een Muskathlon werd georganiseerd. Ik wist eigenlijk helemaal niks van Indonesië, armoede daar was mij onbekend, maar mijn nieuwsgierigheid was gewekt. Iedereen gaat naar Afrika, maar wie komt er dan op voor de kinderen in Indonesië? Dat wil ik wel doen. Ik wil de stem zijn van deze kinderen.

website-header-04

Het laatste duwtje

En toen hoorde ik een preek over minderwaardigheid, die me erg aansprak. Dat is toch een thema, wat jaren mijn leven onbewust heeft gekenmerkt. De laatste 10 jaar ben ik me er meer bewust van, ben mezelf tegen gekomen en heb ik hier aan gewerkt. Belangrijk was altijd voor mij, wat een ander er van vind. Doe ik het wel goed, had ik het anders moeten doen en wat vind iedereen van mij.  De leugen dat een ander meer of beter is, meer holy holy enz en wie ben ik nu helemaal?  Tja, wie ben ik? Ik mag er zijn en ben een geliefd kind van God.  Ik mag het op mijn manier doen.

Ineens waren al mijn redenen om niet te gaan helemaal niet belangrijk meer.

We zongen aan het eind van die bewuste dienst: Ga dan op weg in Jezus naam. En het voelde alsof ik in gang werd gezet. ik dacht, dit is het startschot voor mij. Ik mag gaan, ondanks hoe ik mij soms minder voel dan anderen enz. En dat allemaal met hulp en steun van jullie allemaal. De reis en het verblijf betaal ik uit eigen zak en die 10.000 euro waarmee deze kinderen en gezinnen geholpen worden, hoop ik bij elkaar te sprokkelen door sponsoracties. Dat hardlopen, ach, dat zal vast wel gaan lukken. Die 10.000 euro bij elkaar sprokkelen? Komt vast goed. Tja, waar kun je je druk om maken:  Ga op weg in Jezus naam…

Hangslot

cijferslotSinds enkele maanden hebben ze nieuwe kluisjes bij de sportclub, waar je zelf een hangslotje op moet zetten. Uiteraard hebben ze, als service, bij de club wel slotjes te koop, maar deze zijn er alleen met een sleutel en mij lijkt zo’n cijferslot wel handig. En deze zuinigerd denkt dat de bouwmarkt wel goedkoper zal zijn. Tis maar 4 euro, maar toch…het kan vast wel voor 3.

 

Zo’n cijferslot is toch ook veel handiger? En dan dat gehannes met zo’n sleuteltje, want waar laat je tijdens het sporten dat sleuteltje? Prop je die bij je bh in, in je sok of onderbroek of aan een elastiekje om je pols of drinkfles? Geen van deze opties lijkt me ideaal. Het ene prikt en het andere irriteert dus ik dacht, ik kijk bij de bouwmarkt wel even of ik een goedkoop cijferslotje kan vinden.

Bij de Karwei hing een mooi klein slotje, met 3 cijfers, ideaal voor mij. Niet te duur, al was ie toch al weer duurder dan die 4 euro van de sportclub, maar deze optie leek me gewoon beter! En mijn zelfbedachte code 538 leek me ook wel makkelijk te onthouden. Op naar de sportschool met mijn pasje om door de toegangsdraaideur te komen, anders kom je sowiesor al niet in. Hangslot mee en een tas vol met mijn sportieve outfit. In de kleedkamer verkleden, bril in de tas, want bij het sporten ga je zweten en dan vind ik een bril niet fijn. Hupsa de tas in de kluis, slotje vast, sporten maar.

 

Na een uur kom ik half dood van het sporten weer in de kleedkamer bij mijn kluisje….kan ik de cijfers niet lezen op het slot en mijn bril zit in mijn tas. IN de kluis. Heb ik maar een sportieve jonge meid, met nog goed zicht, gevraagd of ze mijn slot even wilde openen. Tuurlijk wou ze dat doen, oude mensen help je toch ook even vriendelijk! Ze zei nog net niet: “Lukt het verder zo? Of kan ik ergens anders nog mee helpen?”.

euro's

De volgende keer toch maar braaf 4 euro meegenomen en een slotje met sleutel aan de balie gekocht.

En waar laat ik dat sleuteltje nu tijdens het sporten? Och het is zo simpel! Ik loop toch alleen maar op de loopband dus ik kan hem rustig een uurtje voor me neerleggen zonder dat ik hem kwijtraak.

Die nieuwe fratsen ook van de club.

 

5453 een mooi rijtje

rapportHet huiswerkklasje In de zesde klas van de lagere school, kreeg ik het advies om naar de HAVO te gaan. Met de hakken over de sloot de CITO toets gemaakt, maar ga het toch maar proberen. Dat eerste jaar was ik nog enigszins fanatiek om huiswerk te maken en op te letten, maar aan de andere kant was ik ook best wel eigenwijs. De ik-red-mij-zelf-wel basis was al een poosje gelegd in mij. Ik haalde vele onvoldoendes en werd naar een bijles klasje gestuurd. Het huiswerkklasje. Daar werd mij verteld hoe ik beter kon plannen en wanneer ik mijn huiswerk zou moeten maken. Uiteraard meteen als ik thuis kwam, was het advies, want dan zat de stof nog vers in mijn hoofd. Eigenwijs als ik was, zei ik braaf, ja hoor. En deed het gewoon op mijn eigen manier, die natuurlijk veel beter was. Gewoon de laatste avond, voordat wij dat vak weer hadden.

Vooral voor Engels haalde ik de meest fantastische cijfers. We hadden dat jaar 4 rapporten en mijn Engels ging van een 5 naar een 4, toen dus die huiswerkklas en haalde ik weer een 5, maar uiteindelijk eindigde ik op het laatste rapport met een 3. Best een mooi rijtje 5453 maar niet genoeg om op de HAVO te mogen blijven, want ik had nog meer zulke rijtjes. Dus op naar de MAVO.

Niet gezien worden Nu waren dit niet de gelukkigste jaren van mijn leven, maar daar hadden we het niet over, vroeg niemand naar en liep je niet mee te koop. Aan de buitenkant was het reuze gezellig, veel lol en de pias uithangen, wat hadden we een plezier. Ik overschreeuwde mezelf door stoer, lollig en onverschillig te doen, maar van binnen voelde het eenzaam en alleen. Diep ongelukkig en mijn cijfers pasten daar wel bij.

De iemand van dit liedje kende ik toen nog niet echt…

 

Dan maar Duits Na de derde klas van de MAVO was mijn Engels inmiddels zo slecht, vanwege desinteresse en weinig inzet, waardoor ik besloot om er ook maar geen examen in te doen en onder die voorwaarde mocht ik door naar de volgende ronde. Klas 4, het examenjaar. Omdat er toch een buitenlandse taal bij moest werd het Duits, want dat lag nog het dichtst bij het Gronings.

Loopbaanplanning? Advies werd er toen niet gegeven, je deed maar wat. Hoe gaat het met je?Wat wil je met je leven? Welke kant wil je op? Wat lijkt je leuk om te doen? Welke vakken kun je misschien wat aan hebben? Deze vragen werden niet gesteld.  Dus zoek het uit…Maar ik wist niet waar ik zoeken moest. Op school hadden ze het een keer over de INTAS, een schakelopleiding voor als je nog niet wist welke kant je op wilde en dus ben ik daar naar toe gegaan. Op de INTAS kwam ik er achter dat het over het algemeen over de zorg ging, nou dat wilde ik helemaal niet. Dat wist ik wel, dat de zorg niets voor mij was. (ik had eerder zelf zorg nodig) Hoe kom je dan op zo’n opleiding verzeild? Tja, zo dus. Gewoon geen begeleiding, zelf geen idee en geen vragen durven stellen, niet weten waar je wezen moet en je deed maar wat. Na 1 van de 2 jaren INTAS had ik het wel gezien. Daarna nog een blauwe maandag op de MEAO gezeten en toch maar gekozen om geld te gaan verdienen.. Tja, als een kip zonder kop het leven in. Was ik een loverboy tegen gekomen, dan was ik mee gegaan en had ik nu…

Verwonde mensen, verwonden mensen En nu zijn we vele jaren verder. 30 jaar om precies te zijn. Als ik achterom kijk dan zie ik bijzondere omstandigheden in mijn leven. Door zo op te groeien ben ik beschadigd en doordat ik beschadigd ben, heb ik anderen weer beschadigd. Gelukkig is er altijd hoop. Hoop voor iedereen. Voor de dakloze, de vluchteling, de tienermoeders, dat jochie dat bekend staat als het vervelendste kind van school, dat aandacht trekkende meisje met haar uitdagende kleding en gedrag, de criminelen, de drugsverslaafden, de hoeren en de tollenaars. Kijk verder dan wat je op het eerste oog ziet. Er zit een verhaal achter. Niemand wordt als ettertje geboren. Veroordeel anderen niet. Het oordeel is sowieso niet aan ons.

Wat mij enorm heeft geholpen en heeft veranderd is, dat ik God heb leren kennen Jaren was ik in de volle overtuiging dat ik niets was. Al vanaf mijn jonge jeugd voelde ik mij niet geliefd en dacht ik dat het niets uitmaakte dat ik hier op aarde was. Ik voegde immers niets toe aan deze wereld. Ik deed maar wat.

Wat een verkeerde gedachten had ik over mezelf en over anderen Totdat iemand mij ging uitleggen wie God echt was. Ik kende God alleen als een veroordelende God, ik deed alles toch fout en kon mij nooit aan de wet houden, dus waarom zou ik mijn best nog doen. Totdat ik er dus achter kwam dat het heel anders in elkaar zat!

Tjonge jonge, wat een omwenteling, levens veranderend God heeft mij bedacht, houdt van mij!  Hij kent mij, heeft mij bedoeld en daarom mag ik er zijn. En de scherpe kantjes die ik heb, gevormd door het leven, daar wil Hij mee aan de slag. Niet hardhandig, maar hoe meer ik Jezus leer kennen, hoe meer ik leef naar Zijn voorbeeld. Dit gaat vanzelf. Niet tegen mijn zin in, maar gaandeweg. Ik heb geleerd om milder te worden, minder te oordelen, vergevingsgezind te worden en ga zo maar door. En dat wil God met iedereen bereiken. Om te worden zoals Hij het bedoeld heeft. Niet maar wat rond sukkelen, maar leven vanuit de liefde van God. God houdt van jou en mij! Hij is de schepper van ons allemaal. Je mag er zijn! Al zal iedereen je veroordelen om wie je bent, hoe je doet of juist niet doet, God heeft je bedacht en gemaakt en daarom ben je van waarde! Daarom slaat het oordeel van mensen over elkaar nergens op. Het is belangrijker wat God van mij vind. En soms stap ik weer in de valkuil van, wat mensen van mij vinden, dan mag ik weer ontdekken, dat dat niet belangrijk is. God houdt van jou en mij!

Inmiddels zit ik weer op Engelse les, gewoon omdat het leuk is om wat te leren en omdat Engels best handig is in dit leven. Maar het blijft wat halfbakken bij mij, ik stoethaspel als ik een buitenlander aan de telefoon krijg op mijn werk, al gaat het steeds beter. Het blijft een hele toer, maar goed. Dat maakt mij niet zoveel uit. Ik doe mijn best en dat is genoeg.

 

Verloren hondje

 

 

opruimwoede

Nu we aan het opruimen zijn, vanwege de verhuizing, kom ik van alles tegen.

Onder andere mijn schoolboeken waar ik vele avonden over gebogen heb gezeten, waar ik slapeloze nachten van heb gehad. Waarmee ik wel  mijn diploma heb gehaald en uiteindelijk zelfs een hele leuke baan. Soms moet je doorzetten om je dromen te verwezenlijken.

In de tijd dat ik met die opleiding bezig was, kwam ik mezelf behoorlijk tegen.

Tot die tijd had ik alles prima onder controle, maar toen ik moeilijke sommen moest maken, dingen moest leren die ik echt niet begreep, kwamen de negatieve gedachten over mezelf behoorlijk naar boven. Tot die tijd was ik me daar niet van bewust, omdat het wel reilde en zeilde en ik de controle wel over mijn leven had, ik alles wel in de macht had. Maar toen het wat moeilijker werd,  ik buiten mijn comfortzone kwam, ik niet alles meteen begreep en dus buiten mijn comfortzone kwam, ging het riedeltje in mijn hoofd werken…Ik kan het niet, ik weet het niet, veel te moeilijk, dit haal ik nooit, waar ben ik aan begonnen, dit lukt me toch nooit enz.

Mijn hele leven kwam op de kop te staan en ik voelde me eenzaam en onbegrepen.

Vertelde ik hier over aan anderen en hoe deze gedachten tot stand waren gekomen door mijn jeugd,  dan kwam men meteen met een oplossing. Man, laat dat achter je! Dat is geweest, maak je je daar nu nog druk om? Ach, overal is wel wat en ga zo maar door. Je moet dat vergeten, je er overheen zetten, niet meer aan denken.  Zo moest ik het maar gaan doen, want dat hadden zij ook gedaan. Nou ja, daar kon ik dus niet zoveel mee en voelde me nog meer eenzaam en onbegrepen. Dit was in elk geval niet waar ik behoefte aan had in die tijd.

In die tijd stond er een column in de krant, waar ik veel in herkende. Ik heb het toen uit de krant geknipt en ik kwam het nu weer tegen.

Gelukkig heb ik mijn leven weer op de rails, maar dat is toch wel een heel proces geweest. En omdat ik weet dat er velen zijn die in eenzelfde proces zitten, heb ik die column van toen hieronder overgenomen. Credits zijn dus voor iemand die in het ND een column had genaamd ‘Verloren hondje’ 

 

 

hondje  VERLOREN HONDJE

Met de regelmaat van de klok zitten er meiden bij mij aan tafel ( want meestal gaat dit over meisjes en veel minder over jongens) die het allemaal niet meer zien zitten. Ze voelen zich depressief, wat per definitie inhoudt dat ze zich machteloos, hulpeloos en hopeloos voelen. Ze zien het niet meer zitten en daarbij komt al snel boven tafel dat ze zich vooral ook erg alleen voelen.

Ze voelen dat niemand hen begrijpt, dat niemand hen kan helpen, dat ze er altijd alleen voor staan.

Gelukkig sis het bijna nooit zo dat die meisjes er ook echt alleen voor staan: ze komen uit gezinnen met ouders die voor hen en hun broertjes en zorgen. Sterker nog: meestal gaat het met die broertjes en zusjes nog goed ook. Hoe komt het dan toch dat deze meisjes zich zo alleen voelen en het leven niet meer zien zitten?

Als ik goed luister, hoor ik vaak zeggen dat ze zich niet begrepen voelen door de mensen om hen heen. Dat ze wel aangeven hoe ze zich voelen , maar dat dit niet helpt. En als ik dan vraag hoe mensen daarop reageren, vertellen ze dat ze hen gaan troosten met woorden als ‘het komt wel goed’. Ze bedenken oplossingen geven tips en adviezen.

Met één van die meiden kwam ik op het volgende verhaal: het verloren hondje. Dat verhaal gaat als volgt.

Er zit een tiener op de stoeprand hartverscheurend te huilen als er iemand langs komt lopen. Die persoon vraagt aan de tiener wat er aan de hand is. Ze vertelt dat haar hondje is weggelopen. Wat doet degene die langs loopt vervolgens? Hij gaat meteen het hondje zoeken, maar komt later zonder hondje weer terug. Als de voorbijganger nu eerst eens had gevraagd maar het hoe en waarom van het weggelopen hondje, ha deze gehoord dat het dier al jaren geleden is weggelopen. De tiener huilt op dit moment, omdat ze net een hondje zien lopen dat haar erg aan haar eigen hondje deed denken. En als de voorbijganger dan gevraagd had hoe hij of zij kon helpen, had de tiener wellicht gezegd dat een arm om haar heen tot het huilen over was haar erg geholpen zou hebben. Zonder vragen naar het hoe en waarom, zonder tips en adviezen over hoe het hondje te vinden of een nieuw hondje te nemen, maar gewoon ruimte, zorg en aandacht voor het huidige verdriet.

Nu is dat makkelijker gezegd dan gedaan, ruimte geven aan het verdriet, de machteloosheid en hulpeloosheid van een ander. Je moet immers zorgen dat er niet te veel ruimte wordt gegeven, anders kan het nare gevoel groeien en komt er geen einde meer aan. Maar aan de andere kant moet je het wel kunnen verdragen om niet actief oplossingen aan te gaan bieden waar de ander niets aan heeft. Als je dat kunt, voel je echt even mee met de ander.

Dan voel je je op dat moment ook even machteloos of hopeloos en dan pas kun je terecht zeggen ‘ik begrijp je’.

Rouw

genade

 

Rouwen is hard werken.

Uit ervaring weet ik dat je alle kanten op geslingerd wordt. Het is verdrietig als je iemand moet missen, de lege plek voelt. Vooral bij speciale gelegenheden waar ze bij had moeten zijn. De feestdagen of de feestdagen in mijn eigen leven. Juist dan voel je extra het gemis. Soms kun je ook ineens overspoeld worden door gemis. Word je even geraakt door een voorval, iets wat je ziet en je denkt, hè, dat hebben wij nu niet meer. Mis je even, wat er niet meer is.

Er is hoop.

Het maakt het een stuk lichter als je weet dat degene die overleden is bij God is. Het is daar goed en ooit zullen we elkaar weer zien. Daar geloof ik ook zeker in. Wat een troost geeft dat!

Geen twijfel, want in de bijbel staat duidelijk in Johannes 11: 25 en 26  Jezus zei: ‘Ik ben de opstanding en het leven. Wie in mij gelooft zal leven, ook wanneer hij sterft, en ieder die leeft en in mij gelooft zal nooit sterven. Geloof je dat?’

Nou simpel, als je dat gelooft is het klaar. Geen zelfgemaakte regels en voorwaarden waaraan je moet voldoen. Het maakt niet uit bij welke kerk je hoort, wel of niet gedoopt bent, als kind of als volwassene of zelfs beide, het maakt niet uit. Ben je een volgeling van Jezus? Geloof je in Hem? Daar gaat het om. Dat is genoeg! Fantastisch toch! Hoe vaak ik ook domme dingen doe, niet genoeg aan alle voorwaarden voldoe die ik mezelf opleg of die ik me misschien voel opgelegd door anderen. Het is goed. Jezus heeft alle zonden van mij op zich genomen en is er voor aan het kruis geweest. God ziet mij als puur, heilig en rein. Al zie ik dat soms zelf niet zo en kan ik daarmee wel worstelen, dan mag ik weer aan het kruis denken, de dood is overwonnen. Ik geloof in Jezus en wil hem volgen met vallen en opstaan. Daarom mag ik vrij bij God komen. Wauw, wat een genade!

Hoop. Hoezo hoop?

Wat kan dat soms simpel klinken. Soms weet je dat van je dierbaren gewoon niet. Omdat ze er niets van willen weten er duidelijk afstand van hebben genomen of helemaal anti zijn geworden. Dat maakt het extra moeilijk en pijnlijk. Heb je dan wel hoop? Kun je dat wel hebben?

Gelukkig kijkt God naar het hart.

God ziet waarom er afstand is genomen, wat de afwegingen hiervan zijn geweest.  Hoe moeilijk het is om te geloven vanwege de omstandigheden in het leven. Omdat er zoveel in een leven gebeurd aan teleurstellingen, pijn en verdriet dat het moeilijk is voor die persoon. Afgeknapt op regeltjes in plaats van gewoon puur geloven. Gruwelijke dingen meemaken zoals verwaarlozing, eenzaamheid, mishandeling. Mensen doen elkaar zoveel aan in deze wereld, waardoor Jezus absoluut niet zichtbaar wordt.

Gelukkig laat God ook nooit los.

Hij wil dat iedereen bij Hem komt en zal je niet loslaten. Hij is een plan begonnen en daar zit ook een vrije keus in, maar toch zal Hij steeds aan de deur van je hart blijven kloppen. Hoe vaak kan iemand op zijn ziekbed niet meer naar zijn omgeving uiten wat in hem of haar leeft, het misschien niet meer durven zeggen of kunnen zeggen. Toch is God bij deze persoon. God laat niet los. God gaat met ze mee. Hij ziet dan de worsteling van het los moeten laten van het leven hier op aarde, Hij kent hun gedachten en weet wat er in hen leeft. God is genadig. God ziet veel meer dan wij zien. Zelfs tot aan de laatste seconde van het leven hier op aarde is God erbij.

Wij weten het niet.

Dat maakt het lastig en verdrietig voor ons. Wij willen graag zekerheid, waar is die persoon nu? Is die wel bij God? Maar dit is iets tussen hem/haar en God. Wel mogen wij weten dat Gods genade oneindig veel groter is dan wij kunnen bedenken en bevatten. Verder moeten wij het echt loslaten, hoe pijnlijk ook.

 

En ik ben niet beter dan die ander die niet gelooft.

Ik zou alleen graag willen dat die ander ook zou geloven, die liefde van God ook zou voelen en ervaren in zijn/haar leven. En dat hij/zij later ook in een vast vertrouwen naar God zal gaan om bij Hem te wonen. God komt met een ieder van ons tot Zijn verheven doel. Hoe ons leven ook verloopt, wat er ook gebeurt… God laat niet varen, het werk, dat Zijn hand begon. Dus daar vertrouw ik op en verder mag ik. ja moet ik het loslaten.